Het jongetje vindt zijn levenspassie

Als 10-jarig jongetje begon Gerald met tafeltennissen. Daarmee had hij een sport gevonden die hij, ondanks zijn lichamelijke beperkingen, prima kon uitoefenen. De Olympische gedachte (meedoen is belangrijker dan winnen) was natuurlijk niet aan hem besteed. Met speciale hoge schoenen, ter bescherming van de kwetsbare enkels, begon hij als jochie bij de plaatselijke tafeltennisvereniging. Al snel bleek dat dit echt zijn ding was en Gerald vertrok al na twee jaar naar het grotere OTTC in Oss.

Door fysieke beperkingen kon Gerald in zijn tienertijd meerdere jaren niet tot nauwelijks tafeltennissen. Hij ging in die periode een jeugdteam coachen dat op landelijk niveau speelde. Op die manier zette hij zijn eerste stappen als coach en kon hij toch betrokken blijven bij zijn geliefde sport. Met de spelers, die nagenoeg dezelfde leeftijd als hem hadden, ontwikkelde hij een sterke band. Als tiener was het coachen daarmee ook een persoonlijke ontdekkingsreis voor Gerald. Maar het gemis van zelf sporten was uiteraard groot.

Door een nieuw medicijn werden de fysieke ongemakken minder hevig en verscheen Gerald zelf in 1988 ook weer achter de tafel. Niet meer bij OTTC, maar in het vertrouwde Herpen. Hartstikke blij was hij uiteraard om weer zelf te kunnen spelen. In zijn leven was echter veel veranderd (werk, trouwen, samenwonen) waardoor het wekelijkse competitieavondje tafeltennis voornamelijk ook het avondje-uit werd. Eenmaal achter de tafel bleef het fanatisme uiteraard onveranderd, maar door de vele veranderingen in zijn leven verschoof de sport wat meer naar de achtergrond.

Met diverse fanatieke teamgenoten bleef Gerald door de jaren heen altijd uitkijken naar die wedstrijd op de vrijdagavond. Tot frustratie van vele tegenstanders trok Gerald, ondanks zijn fysieke beperkingen, in veel wedstrijden aan het langste eind. Omdat zijn voetenwerk niet optimaal was, moest Gerald als staande speler de rally’s zo kort mogelijk zien te houden. Dat zorgde voor een speelstijl die voor vele opponenten ongewoon en daarom lastig te bespelen was. Gerald als staande tafeltennisser:

Opnieuw leren tafeltennissen

Lopen en fietsen hebben de meeste van ons als kind al geleerd, waardoor het een automatisme is geworden. We hoeven niet meer na te denken over hoe we moeten lopen of moeten fietsen. Wanneer je als kind een sport gaat beoefenen doe je in feite hetzelfde. Omdat je al op jonge leeftijd keer op keer bepaalde handelingen verricht, wordt het trappen tegen een bal of het slaan tegen een bal een vanzelfsprekendheid. Pas als het niet meer mogelijk of vanzelfsprekend is, besef je hoe waardevol het voor je was.

Nadat het voor Gerald op 15 juli 2013 voor de eerste keer flink mis ging, brak een moeilijke periode aan, die meer dan een half jaar voortsleepte. Nadat hij uiteindelijk een knieprothese kreeg leerde Gerald met horten en stoten opnieuw lopen en fietsen op een ligfiets met ondersteuning. De kunstknie zorgde ervoor dat zijn knie beter dan ooit op en neer bewoog. Echter, het is en blijft een stuk metaal waardoor behendige bewegingen van links naar rechts niet mogelijk zijn met deze prothese. Laat dat nou juist iets zijn wat in het tafeltennis juist wel nodig is. Gerald was natuurlijk nooit de meest soepele atleet geweest, maar hij kwam nu toch ook tot de conclusie dat staand tafeltennissen een utopie zou worden.

Als het niet meer staand kon, dan maar zittend in een rolstoel. Er moest en zou natuurlijk weer getafeltennist worden. Daarbij kwam Gerald er al snel achter dat hij vooral zelf moest gaan uitvinden hoe dat allemaal gedaan moest worden. Zijn krakkemikkige rolstoel ruilde hij in voor een hypermoderne en supersnelle Ferrari. Het had uiteraard heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk had hij zijn flitsende op maat gemaakte sportrolstoel.

Razendsnelle ontwikkeling

In juli 2014, ruim een half jaar nadat Gerald een knieprothese gekregen had, begon zijn avontuur als rolstoeltafeltennisser. Het NK paratafeltennis was toevalligerwijs al direct dezelfde maand en dus volgde daar de eerste kennismaking met het spelen tegen andere gehandicapte tafeltennissers. Tot dan toe had Gerald enkel bij zijn club TTV Herpen wat gespeeld. Dat ging uiteraard met horten en stoten. Opnieuw leren lopen en fietsen is namelijk lastig, maar opnieuw leren tafeltennissen (vanuit een totaal andere positie) is ook een enorme opgave. Waar velen wellicht al na korte tijd zouden afhaken, was Gerald altijd vastberaden om weer het niveau te bereiken dat hij ooit als staande speler had. In de beginperiode ging dat met kleine stapjes. Het was aandoenlijk en respectvol tegelijk om te zien hoe Gerald, ondanks 0 winstpartijen in de staande 2e klasse, bleef doorknokken voor elk punt. Anno 2017 heeft Gerald inmiddels minimaal hetzelfde niveau bereikt dat hij in zijn beste jaren als staande speler ook haalde. Waar hij in 2015 nog 0 van de 30 wedstrijden won in de valide 2e klasse, won hij anno 2017 67% van zijn partijen in de valide 2e klasse.

Uiteraard is dat niet vanzelf gegaan. Al direct in Juli 2014 werd Gerald ‘gescout’ en mocht hij ‘een keertje’ komen trainen met de paralympische selectie op topsportcentrum Papendal in Arnhem. Vanaf dat moment ging het allemaal in een stroomversnelling. Gerald ging trainen, trainen en vervolgens nog meer trainen. In oktober 2014 volgde het eerste internationale paratoernooi in Frankrijk en toen Gerald vanaf september 2016 in het Centrum Topsport en Opleiding (CTO) werd opgenomen stond het vast. De Tour to Tokyo 2020 was begonnen!